Een kortverhaaltje dat ik schreef als verplichte opdracht voor een cursus creatief schrijven. De docent vond het einde nogal vaag. Maar wie mijn vorige blogpost las, kan de puzzelstukje waarschijnlijk moeiteloos in elkaar passen.
Ooit spoor ik naar Japan…
Geen kat te zien. Zelfs de vroegste forenzen draaien zich een laatste keer om in hun behaaglijk warme bed. Ik zit hier maar – moederziel alleen – op een veel te koude bank op het perron. Wachtend hoe de eerste treinen krakend tot leven zullen komen. De wind trekt hard aan mijn haar en het is alsof de tenen van mijn lichaam zullen vriezen. Ik probeer ze heen en weer te bewegen in mijn lakleren schoentjes. Een tintelend gevoel kruipt langs mijn enkels naar mijn benen. Mijn billen zijn verkleumd door het kille ijzeren bankje. Ik sta op en ijsbeer heen en weer. Kijk naar de stationsklok. Bijna vier uur. De eerste trein vertrekt over enkele minuten. Ik ga weer zitten en wacht. Trek mijn sjaal wat strakker rond mijn hals. Kijk hoe mijn adem witte wolkjes vormt. Als jij hier nu was geweest, had je er waarschijnlijk één of andere zeldzame bloem in herkend of een konijn. Met wat verbeelding zie ik er een vliegtuig in. Maar jij bent er nog niet. Het perron is nog altijd verlaten, op de treinbestuurder en de conducteur na. De regen valt kletterend op het glazen dak van het station. Ergens in de verte slaat een klok vier uur. Ik denk, probeer te denken, maar kan mijn eigen gedachten niet meer volgen. Ik hoop dat je snel komt.
De laatste keer dat ik je zag, waren we samen iets gaan drinken in de Beethoven. Of was het de Amadeus geweest? Alleszins een café met een klassieke naam. Eén van de drie Weense componisten zoals mijn leerkracht muziek het zo mooi kon verwoorden. Eigenlijk ben ik niet zo voor cafés met duffe namen, maar het was goedkoop en jij zat nogal krap bij kas. Rokerig was het ook. Als jij er niet bij was geweest, had ik waarschijnlijk nog op de drempel rechtsomkeer gemaakt. Maar jij had zo’n lach op je gezicht. Net zoals wanneer je bellen de hemel in blies. Of wanneer je eindelijk die sjaal gevonden had waar je al zo lang naar op zoek was.
We kozen een tafeltje dicht bij de deur. Ik herinner me nog dat ik, telkens als er iemand binnen of buiten ging, een koude windvlaag langs mijn gezicht voelde strijken. Eigenlijk was het tafeltje wat te krap voor twee. Of waren wij wat te groot voor dat tafeltje. Onze knieën botsten telkens tegen elkaar. We praatten en we lachten. In die volgorde, al had het ook omgekeerd kunnen zijn, want ik kende je al zo lang dat we ook konden lachen zonder te praten. We moeten het gehad hebben over onze studies en wat de toekomst zou brengen. Plots zei jij:
“Ooit spoor ik naar Japan.”
Ik lachte maar wat, want ik wist dat je graag overdreef.
“Nee, Sophie, ik meen het echt. Ooit ga ik met de trein naar Japan.”
“Mag ik met je mee?” vroeg ik.
Waarop je met een nadenkende blik antwoordde: “Sorry, dat is iets wat ik alleen moet doen. Maar je mag me altijd komen uitzwaaien.”
De eerste zonnestralen verschijnen aarzelend aan de hemel. Ergens in de verte slaat een klok zeven uur. Jij bent nergens te bekennen. Forenzen – stijfjes in hun pakken gewurmd – lopen me gehaast voorbij in de hoop hun race tegen de klok te winnen. De enen druk in de weer met hun das, de anderen zoekend naar iets in hun jaszakken of in hun opzichtige aktetasjes. Een jonge vrouw worstelt met haar kinderwagen. Een wat oudere man met in zijn ene hand een plastic zakje en zijn andere een beker hete koffie valt bijna over mijn benen. Waarop hij even zijn evenwicht lijkt te verliezen en een donkere vlek zich op zijn crèmekleurige overjas vormt. Als jij hier was, zouden we waarschijnlijk hard gelachen. Maar ik ben nog altijd alleen. Ondertussen zijn er al tig treinen aangekomen en minstens evenveel vertrokken. Maar jij bent nog altijd niet opgedaagd. Voor die ene keer hoop ik dat je zonder mij dag te zeggen vertrokken bent naar Japan. Want wat de mensen vertelden – dat je nooit meer terug zou komen – weigerde ik te geloven.
Ik had me net voorgenomen om na een periode van stilte, hier morgen wat zorgvuldig uitgekozen woorden neer te pennen. Maar soms gebeurt er plots iets dat je met de hele wereld wil delen, zelfs midden in de nacht.
Een uur geleden (om half vijf ’s nachts) werd ik gewekt door zacht geklop. Mijn broer. De vijf stappen naar de deur toe schoten allerlei gedachten door mijn hoofd.
Eén van de eerstejaars bij mij op kot heeft zelfmoord gepleegd onder een trein… Ik kende haar enkel van zien, maar direct denk ik weer zoals toen. Ongeloof, ongeloof, waarom toch? Een beklemmend gevoel op mijn borst. Willen zeggen tegen degene die haar goed kenden: “Het komt wel goed.” Maar zwijgen, want natuurlijk komt het niet meer goed. Luisteren, als er al iets wordt gezegd. Onmacht, omdat je het verdriet van degene die jij liefhebt en haar kenden niet kan verzachten.
Een beklemmend gevoel is neergedaald over ons kot. Midden in de nacht is er een rusteloze bedrijvigheid. Mensen halen mensen uit hun bed. Er wordt gezwegen en gefluisterd, terwijl iedereen waarschijnlijk liefst zou schreeuwen. Gezichten vragen waarom, tranen glinsteren achter de ogen. De stilte vertelt me dat ik niks kan doen. Ik ben iemand van woorden, maar op zulke momenten weet ik ook niet wat te zeggen.
Elke week moet ik mijn uiterste best doen om hier af en toe iets zinnigs geschreven te krijgen, terwijl andere mensen elke dag – je leest het goed, elke dag – een tekening weten te posten. En niet zo maar een tekening, nee eentje met een hartje in. OK, daarnet leek het nog fantastisch, maar nu ik het hier zo opschrijf…
Gisteren was het weer zo ver: Gadolinia trok weer veel te laat op cadeautjes jacht. Ik geef het ridderlijk toe: ik haat cadeautjes kopen. Niet dat ik anderen niet graag blij maak. Nee, gewoon telkens ik echt een cadeau voor een bepaald iemand nodig heb, raak ik helemaal in de war over de smaak van die persoon. Dan zie ik wel tig dingen die voor die of die zouden kunnen, maar dus nooit iets passend voor de persoon in kwestie. Ik kan echt niet inschatten wat iemand van een cadeau verwacht. Ik kan dat niet eens inschatten van mezelf. Daarnet nog vroeg iemand wat ik graag wilde voor mijn verjaardag. “Iets praktisch”, antwoordde ik. “Maar wat dan precies?” en toen moest ik toch heel diep nadenken. Uiteindelijk heb ik een keukenschort geantwoord. Maar misschien is dat toch wel een heel muf cadeau. Desalniettemin dan moet ik daar zelf geen zoektocht meer naar starten!
Laat ik even mogelijke verjaardagscadeaus overlopen:
De praktische dingen hebben we dus gehad. Maar ik denk als je zo’n cadeau geeft aan iemand dat dat misschien toch wel raar overkomt?
Cadeaubonnen dan: een beetje onpersoonlijk, maar wel veilig. Een etentje kan je bijvoorbeeld aan bijna iedereen cadeau doen. Maar voelt de persoon zich dan niet beledigd dat je niets originelers hebt kunnen bedenken.
Boeken. Voor mij persoonlijk kunnen alle boeken door de beugel van kookboeken tot sprookjesboeken. En het wordt nog leuker als er een persoonlijke boodschap in gepend staat. Maar hoe weet je wat anderen graag lezen en wat ze al dan niet al in hun bibliotheek hebben. Zo kreeg ik met mijn eerste communie wel drie keer hetzelfde educatief verantwoord boek.
Oorringen, sjaals, … Maar wederom is mijn smaak ook wel de smaak van een ander.
En zo zie je dat wat alles wat ik eerst als mogelijk cadeau beschouw, bijna onmiddellijk verworpen wordt wegens is dit wel de smaak van degene die het cadeautje krijgt? Gelukkig heb ik gisteren – net voor de les begon – uiteindelijk dan toch iets gevonden in de Casa (Die me verwelkomde met prettige feestdagen! en een kerstboom. Nu al!). Maar of het mijn smaak is of…
Als tandarts in spe vanavond een voordracht van/ over Oral-B. Dus ik check snel even hun site en lees hier over hun paradepaardje: de Triumph tandenborstel. Ik was echter nog maar twee zinnen ver of moest toch eens een zin opnieuw lezen. Euh? Nog maar eens lezen. Zal wel een typfout zijn. In deze zin: Zorgt binnen 21 dagen voor een witter, beter gepolijst gebit dan met Oral-B Precision Clean, de beste Oral-B borstelkop voor elektrische tandenborstels, door zachtjes aanslag op het tandoppervlak te verwijderen, staat die dan precies toch niet op de goede plaats. Het is toch niet zo slim om je eigen product af te breken? Of ben ik op dit moment gewoon een beetje traag door het eten dat nog op mijn maag ligt?
Maandagavond was het weer tijd om snel in mijn jas te schieten, tegen een veel te hoog tempo de tiensestraat op te fietsen en om dan zuchtend neer te zijgen op een veel te harde stoel. Gelukkig zijn de volgende twee uur heel wat beter. Deze week hielden we ons bezig met praten op papier. Een beetje verrassend begonnen we met een monoloog vol ergernissen. Daarna gingen we over op een half telefoongesprek. Een beetje zoals je iemand op de trein zou horen gsm’en en dus maar de ene kant van het gesprek zou kunnen volgen. Ten slotte was het tijd voor een echte dialoog.
Het feit dat ik dialogen altijd probeer te omzeilen als ik zelf een tekstje neerpen plus het feit dat ik maandagavond een beetje ziekjes was, leiden er dus toe dat ik geen tekstje heb vatbaar voor publicatie.
Wordt vervolgd
Vrijdag was het reünie op mijn oude school. Out of the bleu vroeg plots iemand: “Gadolinia, nog altijd geen tv thuis?” “Nee, nog altijd niet!” Ik kan al voorspellen dat de meeste mensen nu met open mond naar het scherm aan het staren zijn. Geen televisie , hebben jullie dan ook geen computer en geen stereoketen en geen… Jawel hoor, dat hebben wel allemaal wel. Ik was zelfs één van de eersten op school met een computer thuis. Maar een televisie is hier nooit door de deur gekomen. De mensen voorspelden wel telkens dat we zeker een tv nodig gingen hebben eens we in de lagere school zaten om naar educatieve programma’s te kijken. En wanneer we naar het middelbaar gingen, zouden we één moeten kopen omdat wij verplicht naar het nieuws gingen moeten kijken. Maar toen ging ik naar de universiteit en was er nog altijd geen tv. Niet dat ik en mijn broer ons verveelden toen we klein waren: muziekles, dictie, zwemschool, … En we verslonden het ene boek na het andere.
Geen televisie dus voor ons. Maar zaterdagmorgen val ik er bijna over. Een onooglijk klein tv’tje met ingebouwde DVD speler, midden in de living. Had mijn tante voor mama gekocht om DVD’s te kijken. Na een halve film gaf die er echter de brui aan. Zo zie je maar, een televisie is ten huize Garnier geen lang leven gegund.
Blijkbaar is het deze winter heel erg in: de sportschoen op een hakje. Voor de dames weliswaar! Persoonlijk vind ik het van slechte smaak getuigen om je zo op straat te vertonen. Het is helemaal niet mooi en aangezien elke winkel wel één of andere variatie in zijn rekken heeft, kan ik ze bezwaarlijk origineel noemen….

De foto vond ik hier
In de workshop creatief schrijven gingen we gisteren de zintuigelijke kant op. We snoven allerlei geuren om er één uit te kiezen en een flard tekst aan op te hangen. Het was wel eens leuk om te zien hoe verschillende mensen heel uiteenlopende associaties leggen: de één maakte van een soort ontsmettingsgeurtje een waar griezelverhaal, de ander ging meer de melancholische toer op. Daarna was het de beurt aan de smaakpapillen: het ranzigste eten dat je ooit in je mond hebt gestopt. Over horen gingen we dan naar onze 1e herinnering.
Hier alvast een voorproevertje, nl. over het walgelijkste eten ooit:
Het vet smolt op mijn tong, waarna het -zoals mieren op de loop- langs mijn tanden naar beneden droop om zich tegen mijn tandvlees te nestelen. Ik probeerde half te glimlachen -heus, ik lust dit wel-, ondertussen een eerste kokhalsgolf onderdrukkend. Snel propte ik een aardappel in mijn mond en slikte. Ik voelde de smurrie langs mijn slokdarm glippen, dan mijn maag opstandig samenkrimpen. Ik glimlachte al wat minder. Stak een volgende stuk van die bruine troep in mijn mond. Wendde mijn ogen af van mijn bord. Straks werd dat me nog te veel, in schril contrast met het wit-grijzig porselein lag daar vetdoorlopen varkensvlees, jus en feloranje worteltjes. Wie betrouwt nu groenten met de kleur van veiligheidsjasjes? Ik glimlachte niet langer en kokhalsde dit keer voor het echt. Toch moest ik mijn bord leeg eten. Bah!
Rules:
* Grab the book nearest you. Right now.
* Turn to page 56.
* Find the fifth sentence.
* Post that sentence along with these instructions in a note to your wall.
* Don’t dig for your favorite book, the coolest, the most intellectual. Use the CLOSEST.
Mijn zin:
Het zou natuurlijk wat papieren rompslomp geven en dat zou wel vervelend zijn, maar het was niet nodig om er zo over van streek te raken.
Het is wel duidelijk dat ik niet vals gespeeld heb, zo’n saaie zin!

RSS - Posts